De nitraatbunker van het Filmmuseum

[field_licencetype-term-raw] - [field_image_copyright-formatted]

Martin van Leuven voor de nitraatbunker in Overveen.

by-sa

Op landgoed De Koningshof in de bossen van Overveen ligt een betonnen bunker verscholen waar EYE een groot deel van haar brandbare nitraatfilms heeft opgeslagen. Martin van Leuven, collectiebeheerder Film, toont de schatten in de bunker en geeft tekst en uitleg.

“Eind jaren veertig is EYE (Filmmuseum) opgericht en vanaf die tijd probeert het instituut steeds meer films onder haar hoede te nemen. Vroege film werd gedraaid op nitraatfilm die overal verspreid in het land lag opgeslagen. Ten tijde van de oprichting van het museum was er een kleine opslaglocatie in Castricum, maar de collectie werd groter en groter. Je kon niet zomaar een pandje huren om er nitraatfilms op te slaan, want het is hartstikke brandbaar materiaal, gevaarlijk dus. In de jaren ’70 is toen besloten om twee nitraatbunkers te bouwen. Een in Scheveningen ten behoeve van de Rijks Voorlichtings Dienst en een voor EYE. De films van de RVD zijn later onder beheer van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid gekomen. In de bunker in Overveen liggen ongeveer 15.000 nitraatfilmblikken van de in totaal 28.000 nitraatfilmblikken (16.000 films, 8 miljoen meter) die EYE beheert.”

“EYE heeft nog twee andere nitraatbunkers, die gebouwd zijn vlak voor de Tweede Wereldoorlog om kunst uit Amsterdamse musea te behoeden voor diefstal en vernietiging. De Nachtwacht bijvoorbeeld heeft tijdens de oorlog een tijdje opgerold gelegen in de Castricumse bunker. De andere bunker is in Heemskerk.”

“In tegenstelling tot de bunkers in Heemskerk en Castricum, is de Overveense bunker speciaal gebouwd voor de opslag van brandgevaarlijke nitraatfilm. Als er brand ontstaat in een van de cellen in de bunker, wordt de druk in de ruimte zo hoog dat speciale brandluiken open gaan die de vlammen naar buiten leiden, zodat de rest van de bunker gespaard blijft. Buiten wordt de brand als het ware opgevangen in een betonnen bak, zodat hij niet kan overslaan op het omringende bos.”

“In Vijfhuizen staat het hoofddepot van EYE met ongeveer 150.000 filmblikken. Daaronder bevinden zich de films die echt gebruikt mogen (en kunnen) worden, waaronder de speelfilms van vandaag de dag. Al onze depots liggen nagenoeg vol, dus er is meer opslagruimte nodig. Simpelweg meer vierkante meters, maar ook andere manieren van opslag, bijvoorbeeld op rolstellingen, Paternosters of met stellingrobots. We onderzoeken momenteel wat de beste manier is voor het nieuwe EYE-collectiegebouw aan de overkant van het IJ in Amsterdam. Daar zal namelijk de gehele collectie worden ondergebracht: alle films, alle digitale dragers, alle affiches, persoonsarchieven en foto’s, maar niet de nitraatfilms; die blijven om veiligheidsreden in Overveen, Castricum en Heemskerk.”

Nitraatfilm: gevoelig goedje
“Dat de films het buiten de bunker overleefd hebben, is vaak pure mazzel. Soms lagen ze gewoon ergens onder een gebouw, op zolder of in een schuur achter het hooi en werden ze wonderwel goed bewaard omdat de omstandigheden toevallig gunstig waren. Vaak komen er ook filmblikken vol poeder binnen waar je helemaal niks meer mee kan, die worden vernietigd. Er is eigenlijk geen peil op te trekken. Nitraatfilms zijn gevoelig. Als ze warmer worden dan 40 graden Celsius kunnen ze uit zichzelf ontvlammen. De ideale omstandigheden om ze gedurende een lange periode te bewaren zijn bij een temperatuur van 5 graden Celsius en een luchtvochtigheid van slechts 35 procent. Speciale airconditioning in de bunker zorgt voor dit unieke klimaat.”

“In de bunker liggen zowel positieven als negatieven opgeslagen, maar voornamelijk positieven. Grofweg komen nitraatfilms uit de periode 1896 tot midden jaren 50, toen waren de laatste restjes nitraatfilm opgebruikt en werd nitraat verboden. Sommige films zijn dus meer dan 100 jaar oud! Nitraatfilm is altijd groot formaat, dus 35mm of 68mm. De 68mm films behoren tot de meest bijzondere filmcollecties ter wereld. Ze zijn beeldje voor beeldje overgezet op 35mm film zodat ze beschikbaar kwamen voor gebruik. Nitraat mag namelijk nergens in Nederland meer geprojecteerd worden wegens brandgevaar. Latere films staan om die reden op acetaat of polyester dragers.”

Soorten films
“De verscheidenheid aan films is erg groot en ze komen overal en nergens vandaan. De meeste nitraatfilms komen van particuliere verzamelaars en we vermoeden dat daar het meeste wel van boven water is gekomen. Soms vinden we ook nog films of ontbrekende stukken in onze eigen archieven, zoals laatst Beyond the rocks, een film met Gloria Swanson. Zo nu en dan krijgen we een verzoek van andere archieven dat een bepaalde film of stukken ervan zoek zijn, dan weet je dat het een belangrijke film is. Zodra zo’n stuk film gevonden wordt, is dat groot nieuws in de filmwereld.”

“Heel bijzonder is bijvoorbeeld ook de film Lucky Star, die eind jaren ’80 door het EYE bij elkaar gesprokkeld, gerestaureerd en vervolgens geconserveerd is en daarna weer bekeken kon worden door het grote publiek. Overigens willen we bij EYE ook voorbeelden van ‘slechte films’ bewaren en laten zien (waar cinefielen hun neus voor ophalen). Die films hadden bijvoorbeeld wel een heel groot publieksbereik of schetsen een pakkend tijdsbeeld.”

“Voor nitraatfilms geldt dat het land van herkomst verantwoordelijk is voor het bewaren en conserveren ervan. Er is een mondiale overeenkomst (geregeld door het FIAF) tussen alle filmarchieven, die ervoor zorgt dat films terecht komen in het land van herkomst.”

De mensen in de bunker

“Er werken geen mensen in de bunker. Het is er koud en droog en bovendien is er geen plek om te werken, alleen maar ruimtes met stellingkasten waar de filmblikken op liggen. Iedere week komen hier wel depotmedewerkers om films weg te brengen en op te halen voor de restauratoren.”

“Depotmedewerkers registreren wat voor nieuw materiaal er binnenkomt en zorgen er vervolgens voor dat die films ook weer beschikbaar komen. De totale collectie omvat ruim 210.000 filmblikken, te verdelen in 30.000 nitraat- en 180.000 blikken acetaatfilm. Van die 180.000 acetaatfilmblikken worden er per jaar 20.000 gebruikt overal ter wereld, voor bijvoorbeeld vertoningen op filmfestivals, universiteiten en bioscopen. In de nabije toekomst zal die distributie voornamelijk digitaal verlopen, maar nu is dat nog een ingewikkelde logistieke toestand.”

Waarom al die moeite?
“In principe zouden we kunnen volstaan met digitaal materiaal en acetaatfilm (dat onder goede omstandigheden tot wel 600 jaar bewaard kan blijven). EYE bewaart de originele nitraatfilms echter omdat het wellicht in de toekomst mogelijk wordt om ze nog beter te conserveren dan nu. Digitale film wordt bovendien niet gezien als archiefmateriaal, maar als ‘toegangsmateriaal’, geschikt voor publicatie. Een tastbare analoge filmrol is uiteindelijk het veiligste opslagmedium met het minste kwaliteitsverlies. Er komt waarschijnlijk ooit wel een moment waarop we met z’n allen besluiten om niet langer nitraatfilms te bewaren, omdat het enorm veel inspanning kost om zulke bunkers draaiende te houden, maar bovenal omdat de nitraatdrager aan verval onderhevig is.”

Beelden voor de Toekomst
“Dankzij het project Beelden voor de Toekomst heeft EYE de middelen om de collectie toegankelijk te maken en over te dragen aan de volgende generatie. In totaal zijn er ten behoeve van het project bij EYE maar liefst dertig extra mensen aan de slag. Je moet dan denken aan beheren, restaureren, conserveren, contextualiseren en digitaliseren van films, foto’s en affiches. Daardoor kunnen we uiteindelijk ook films beschikbaar maken via digitale kanalen, zodat niet alleen de cinefiel er plezier aan beleeft, maar ook de mensen thuis.

We werken goed samen met de andere consortiumpartijen en delen opgedane kennis waar mogelijk. Maar elke instelling blijft verantwoordelijk voor zijn eigen collectie en heeft vooral ook zijn eigen specialisme. EYE gaat een deel van haar materiaal onderbrengen bij iMMix, de catalogus van Beeld en Geluid waarmee je digitale archivering en uitlevering kunt regelen, maar ook bij het online filmportal Filmotech. Op een gegeven moment in de nabije toekomst zal al het materiaal dan beschikbaar komen. Een mooi vooruitzicht!”

Marcel Oosterwijk

Over Martin van Leuven:
Martin van Leuven is sinds 1988 werkzaam bij EYE (voorheen: Filmmuseum), waar hij nu Collectiebeheerder Film is. Hij werkte eerst voor het tekeningenarchief van vliegtuigbouwer Fokker. Op zoek naar een meer persoonlijke organisatie verwisselde hij het ene archief voor het andere. Want: “Beheren is beheren. Je geeft iets een nummertje en je legt het ergens op de plank zodat je het later terug kan vinden. Je hoeft voor deze functie geen filmgek te zijn.” Op dit moment houdt hij zich veel bezig met het nieuw te bouwen depot aan de IJ-oever.