Fotovrijwilligers van het Nationaal Archief

[field_licencetype-term-raw] - [field_image_copyright-formatted]

“We maken ook vaak aantekeningen en dan zoeken we het thuis op. Sommige dingen maken ons nieuwsgierig."

by-sa Beelden voor de Toekomst

Dat zoeken we op!
 Een blik achter de schermen bij de fotovrijwilligers van het Nationaal Archief

. Het Nationaal Archief werkt sinds een jaar met een groep vrijwilligers die beschrijvingen en trefwoorden toekennen aan foto’s die gedigitaliseerd worden. Josefien Schuurman, teamleider metadatering van het project Beelden voor de Toekomst, geeft tekst en uitleg.

Wat houdt het werk precies in?
“De vrijwilligers krijgen een collectie of een deel ervan om gegevens die bij de foto’s horen te controleren of toe te voegen aan de database. De meeste foto’s in onze collectie hebben namelijk wel een beschrijving, maar die is vaak  onvolledig of onjuist. Het controleren van de beschrijvingen en trefwoorden is vooral heel veel nazoekwerk. Google is het meest gebruikte middel om te zoeken, maar ook specifieke sites als Parlement.com over politici of IISG met een database over tienduizend stakingen. Er bestaat bijvoorbeeld ook een Wikipedia-pagina met alle voetballers die ooit in het Nederlands elftal hebben gespeeld. Soms kun je veel uit krantenberichten uit die tijd halen. De Leeuwarder Courant is op dit moment een van de weinige kranten die alle jaargangen volledig online toegankelijk heeft gemaakt. Ik laat het meestal aan het oordeel van de vrijwilligers over om te bepalen of een bron betrouwbaar is of niet. Soms kun je te weinig vinden over een foto, dan houdt het gewoon op. Als je na 5 of 10 minuten zoeken op internet nog niks gevonden hebt, is het jammer maar helaas. Bij de vrijwilligers gaat het om het benoemen van de essentie van de foto, niet om een uitputtende beschrijving ervan.”

“Als je geen affiniteit hebt met geschiedenis of fotografie is er geen lol aan.”

“De vrijwilligers krijgen binnen het databaseprogramma Memorix een formulier waarin dit de belangrijkste velden zijn: ‘reportage/serie’ waarmee je een relatie tussen verschillende foto’s kunt leggen, ‘beschrijving’ gaat over de foto zelf en waar mogelijk de context waarin hij gemaakt is en uiteraard het veld ‘trefwoorden’ dat de vindbaarheid van de foto’s aanzienlijk zal verhogen." 

“Als je iets zeker weet, maar niet kunt bewijzen, voeg je ‘vermoedelijk’ toe aan de beschrijving.”

 “Ik kijk in eerste instantie alles na wat er geproduceerd wordt. Daar ben ik vrij streng in. Ze moeten onze richtlijnen hanteren. Het duurt even voordat je dat in de vingers hebt, maar daarna wordt het een automatisme. Alhoewel, sommige vrijwilligers vinden het bijvoorbeeld veel te leuk om op internet dingen op te snorren, die blijven zoeken. Metadateren is niet hetzelfde als onderzoek doen. Wij voegen gegevens aan de foto’s toe zodat anderen daar beter onderzoek naar kunnen doen. Het kan ook voorkomen dat iemand een bepaalde collectie niet graag doet om emotionele redenen, bijvoorbeeld bij foto’s over de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik had laatst bij een foto van de uitreiking van de Televizier-ring het trefwoord ‘zelfverheerlijking’ ingevuld’, maar dat mocht dan niet. Wij beschrijven immers alleen de geschiedenis, we beoordelen hem niet.”

Hoeveel foto’s beschrijven de vrijwilligers?
“We zullen 58.000 foto’s intensief aanpakken binnen de zeven jaar die het project duurt. De vrijwilligers metadateren per persoon ongeveer 20 tot 40 foto’s per dag, afhankelijk van de complexiteit. Gemiddeld werken er 5 vrijwilligers tegelijk, gedurende 5 uur op een dag, 4 dagen per week. Het is werk waar je je zo op moet concentreren dat acht uur per dag te lang is.” 

Wie zijn de vrijwilligers?
“
Het grootste gedeelte van de ongeveer 25 vrijwilligers die we sinds het begin gehad hebben, bestaat uit ouderen en mensen die in geschiedenis geïnteresseerd zijn en daarin werkervaring willen opdoen. Wat opvalt is dat de meesten een academische achtergrond hebben en vanuit hun werk of opleiding bovenmatig geïnteresseerd zijn in foto’s en geschiedenis."

“De meeste vrijwilligers zijn sowieso geïnteresseerd in taal, in syntaxis. We fungeren ook als elkaars synoniemenlijst hier.”

"Sommigen hebben een fototechnische kennis waarmee ze bepaalde procedés herkennen, anderen hebben juist een historische achtergrond, maar voor allemaal geldt dat ze een brede belangstelling hebben. Specifieke kennis over de onderwerpen van de foto’s die ze metadateren is niet vereist, computervaardigheden wel. We vragen de vrijwilligers om zich voor minimaal een jaar aan het project te verbinden. Ze krijgen daarvoor geen salaris, wel reiskostenvergoeding. Bovendien kunnen ze deelnemen aan de activiteiten van het Nationaal Archief.”



"
We hebben bijvoorbeeld ook een Eerste Wereldoorlog-expert die in zijn eentje de hele Eerste Wereldoorlog-collectie heeft gemetadateerd."

Op de dag van het interview is een aantal vrijwilligers aanwezig die een goede afspiegeling vormen van de populatie metadateerders. Wim (77) is uitgever van origine en heeft ook zijn eigen collectie foto’s beschreven om deze later te kunnen overdragen aan het Museum van Volkenkunde in Leiden. Annemarie: “Mijn man is niet zo handig met de computer, dus wij vullen elkaar mooi aan. Ik ben heel blij dat ik dat nog geleerd heb op mijn werk, anders hadden we dit nooit kunnen doen.” Christel (46) is bibliothecaris bij het Nederlands Architectuur Instituut en freelance beeldredacteur. Ondanks dat, vindt ze toch de tijd om 1 dag per week als vrijwilliger te werken. Charles Dufour (67) heeft Mijnbouwkunde gestudeerd en als geoloog in Indonesië, Jemen en de Perzische Golf gewerkt. Later is hij een boekwinkel begonnen, gespecialiseerd in reisboeken en bergbeklimmen. Ook hij heeft een grote collectie eigen foto’s gemetadateerd.”

“Je hebt voor dit werk tenminste die typische academische nieuwsgierigheid nodig, en ook behoorlijk wat zitvlees.”

Hoe kom je aan vrijwilligers?
“Een oproep op de websites van het Nationaal Archief, Beelden voor de Toekomst en de beeldbank plus een stukje in het magazine van het Nationaal Archief waren voldoende. Met die middelen genereren we een constante stroom vrijwilligers. Mensen die geïnteresseerd zijn in onze onderwerpen en het medium fotografie.”



Waarom doen ze dit werk?
“Ondanks dat de vrijwilligers niet betaald krijgen voor hun werk, zijn ze zeer gemotiveerd om het goed te doen. De belangrijkste redenen om mee te doen zijn de sociale contacten, de interesse in geschiedenis en fotografie en het gevoel iets nuttigs bij te dragen aan het algemeen belang.” Wim: “Dit werk levert een enorme verrijking van je eigen algemene ontwikkeling op. Zo weet ik sinds vandaag dat Ajax in 1970 tegen Arsenal heeft gespeeld en wie er gewonnen heeft (lacht).” Zijn echtgenote Annemarie: “Behalve de verrijking van je eigen kennis, is ook de exploitatie daarvan een argument om mee te doen. Het zou toch zonde zijn om kennis die wij tijdens ons leven hebben opgebouwd, verloren te laten gaan.” 



“We proberen ook wel eens vrienden over te halen om het ook te gaan doen. Maar die lijken dat hele precieze beschrijven van dingen toch een beetje saai te vinden. Wij worden echt blij van een nauwkeurige beschrijving, terwijl anderen dat misschien geneuzel zouden vinden.”


“Vrienden van me moeten lachen als ik zeg dat ik vrijwilligerswerk doe, omdat ze denken dat ik billen aan het afvegen ben. De meeste mensen in mijn omgeving zijn misschien nog te jong voor vrijwilligerswerk en te druk bezig met huis, carrière en kinderen. Ik vind het leuk en kan het me veroorloven.”

Waarom geen geautomatiseerde metadatering?
“Computers kunnen veel, maar mensen hebben kennis en vaardigheden die de computer (nog) niet heeft. Automatiseren van metadatering kan door middel van software (gezichtsherkenning, gebouwherkenning, tekstherkenning), maar eigenlijk staan die technieken nog in de kinderschoenen vergeleken met het interpretatie- en associatievermogen van mensen. Dergelijke technieken worden binnen pilots wel getest. Het opschonen van trefwoorden wordt overigens wel door computers gedaan. Dit is nodig omdat we op dit moment nog geen trefwoordenthesaurus hebben die aansluit bij onze collectie.”



"
We hebben bijvoorbeeld laatst een fotoalbum beschreven waar al andere vrijwilligers aan gewerkt hadden, en dan zie je toch dat iedereen weer een andere stijl van beschrijven heeft.”

“We hebben binnen het project Beelden voor de Toekomst richtlijnen ontwikkeld voor metadatering van foto’s. Onderdeel van het traject is het onderzoeken van verschillende thesauri op bruikbaarheid voor onze collecties. Een thesaurus is een naslagwerk met trefwoorden en synoniemen. We verwachten dit jaar nog een conversie te kunnen maken. Je hebt bijvoorbeeld de Art en Architecture Thesaurus, die online beschikbaar is. Onze vrijwilligers toetsen wel hun trefwoorden daaraan, maar die blijken vaak te kunsthistorisch van aard. Er zijn ook de Gemeenschappelijke Trefwoorden Thesaurus van de bibliotheken, de Codec van Spaarnestad Photo, en de GTAA van Beeld en Geluid. Metadateren is werk waarbij je heel veel afwegingen moet maken. Je moet een gevoel ontwikkelen voor wat goede trefwoorden en beschrijvingen zijn en wat niet. Die ervaring groeit naarmate mensen langer bezig zijn hier.”

Welk systeem gebruikt het Nationaal Archief voor de gegevensinvoer?
“Wij werken met de webbased applicatie Memorix van het bedrijf Pictura, die ook gebruikt wordt door onder andere onze partner Spaarnestad Photo, het Nederlands Fotomuseum en veel regionale archieven. Het is niet helemaal meer up to date en we zitten aan de grens van de mogelijkheden. Gelukkig komt er binnenkort een andere versie met nieuwe functionaliteiten.“

Tevreden over het werken met vrijwilligers?
“Wij zijn zeer enthousiast over het werken met vrijwilligers. Misschien juist wel omdat ze uit enthousiasme en met hart en ziel aan de beschrijvingen werken. Je moet het echt leuk vinden, anders doe je dit niet.”

Alle citaten in dit artikel zijn afkomstig van Josefien Schuurman en de vrijwilligers Christel Leenen, Annemarie Schüller-Vels Hein, Wim Schüller en Charles Dufour.

Marcel Oosterwijk