Beschikbaar maken en doelgroepen

In de archieven van Beeld en Geluid, EYE en het Nationaal Archief ligt een enorme hoeveelheid interessant, ontroerend, historisch belangrijk, zeldzaam en onbekend materiaal opgeslagen. In kilometerslange stellingkasten, bunkers, opslagkelders en kluizen wordt ons nationale audiovisuele erfgoed bewaard. Als straks een groot deel van de archieven gedigitaliseerd is, komen deze parels van onze beeldgeschiedenis vrij. Ze krijgen een nieuw leven, als lesmateriaal, als input voor tv-programma’s, films, webtoepassingen, games of vermaak. Want de geschiedenis van Nederland gaat pas echt leven in geluid en bewegend beeld.

Uitgangspunt is een zo breed mogelijke toegankelijkheid van het materiaal te realiseren, zowel voor ontwikkelaars als eindgebruikers. Er zal daarom nauw worden samengewerkt met partners, om zo tot innovatief gebruik van archiefmateriaal te komen.
 

Doelgroepen

 Onderwijsinstellingen, scholieren, studenten, docenten, uitgeverijen, televisie- en filmmakers, webdesigners, grafisch ontwerpers, kunstenaars, softwareontwikkelaars, internet providers, musea, theaters, erfgoedinstellingen, bibliotheken, etcetera. Allemaal zullen ze profiteren van de eenvoudig beschikbare foto’s, video’s, films en geluidsfragmenten. Samenvattend zijn dit de belangrijkste doelgroepen:

1. Creatieve industrie
Tot de creatieve industrie rekenen we uitgeverijen, tv- en filmbedrijven, post-productiebedrijven, distributeurs, publieke, commerciële en digitale omroepen, internet providers, websitemakers, theatergezelschappen, toneelgroepen, kunstenaars, gameontwikkelaars en alle andere bedrijven die creativiteit als belangrijkste productiefactor hebben. Zij vormen één van de belangrijke gebruikersgroepen die bij het project Beelden voor de Toekomst worden betrokken.

Daarom zal een aanzienlijk deel van de gedigitaliseerde archieven straks beschikbaar komen voor de creatieve industrie. Dit betekent dat bedrijven interessante, innovatieve, toepassingen kunnen maken waarin het beeldmateriaal een grote rol speelt.

Onlangs is door Stichting Economisch Onderzoek vastgesteld dat de creatieve sector een aanzienlijke en snel groeiende bijdrage levert aan de economie. Dit project kan bijdragen aan een toppositie voor Nederland op onderdelen van de creatieve industrie waar gebruik wordt gemaakt van digitale beelden en geluiden. De betrokken bedrijven bouwen specialistische expertise op het gebied van digitaal beeld en geluid op. Dit bevordert weer een sterk innovatieklimaat, waar de hele Nederlandse economie bij gebaat is. 

2. Onderwijs
Het onderwijs is een van de belangrijkste doelgroepen van Beelden voor de Toekomst. Het is de bedoeling dat het archiefmateriaal zijn weg vindt naar klaslokalen en collegezalen. 

In 2007 en 2008 stond het ontwikkelen van een Onderwijs Media Platform (OMP) voor het voortgezet onderwijs centraal in de dienstenontwikkeling. Het OMP is een multimediaal onderwijsplatform, waarin collecties worden ontsloten in context met didactisch materiaal. Het OMP werd voorzien van ontwerp-applicaties voor docenten en leerlingen, en kan zo ingezet worden als lesmiddel voor verschillende vakgebieden. Het OMP heeft als uitgangspunt dat het geheel groter is dan de som der delen en zal alle beschikbare bronnen van de archiefinstellingen aangevuld met bronnen van andere aanbieders centraal ontsluiten via één plek. Dwarsverbanden tussen bronnen, (inter)activiteit en communicatie tussen gebruikers spelen een belangrijke rol.

Kennisnet is partner van het consortium voor het Pilot-OMP en verzorgt de centrale zoekomgeving die gebruik maakt van Edurep. De lessenbank is gemaakt door Edutude en Noterik verzorgt de webomgeving. Naast de bronnen van de consortiumpartners Beeld en Geluid en Nationaal Archief zijn er ook bronnen te vinden van Naturalis, Kennislink en Wikipedia.

Tijdens de NOT 2009 vond de lancering plaats van het nieuwe online onderwijsplatform ED*IT, gemaakt door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, één van de makers van Teleblik. ED*IT biedt een enorme schat aan materiaal uit musea en archieven. Gebruikers kunnen dit materiaal online bewerken tot werkstukken, presentaties en digitale lessen. Ook kunnen ze er eigen content aan toevoegen. Online onderwijs wordt zo op een verantwoorde en nuttige manier leuk en gemakkelijk gemaakt.

Nu is ED*IT beschikbaar voor het onderwijs. Zie: www.ed-it.nu.

3. Grote publiek
Uitgangspunt is een zo breed mogelijke beschikbaarheid van het audiovisuele materiaal voor iedereen. Er worden activiteiten ontplooid vanuit drie invalshoeken: 

  • Contextualisering opgezet vanuit de collecties. Binnen deze invalshoek wordt er vanuit de beschikbare content gekeken naar methodes om collecties inhoudelijk te beschrijven en voor het brede publiek toegankelijk te maken via specifieke thema’s.
  • Betrekken van gebruikers. Centraal staat het vergroten van de betrokkenheid van het publiek. Mensen worden uitgenodigd om iets met het materiaal te doen, of informatie aan het materiaal toe te voegen.
  • Vergroten van het publieksbereik. Het publieksbereik kan worden vergroot door nieuwe contentkanalen te ontwikkelen en aanwezig te zijn op plaatsen waar het publiek content zoekt. Een mooi voorbeeld hiervan is het inrichten van een branded channel van gedigitaliseerde content door Beeld en Geluid op YouTube waar wekelijks nieuwe filmpjes zijn te zien: www.youtube.com/beeldengeluid